Hersentumoren - hersenmetastasen
De standaardtherapie voor patiënten met één of twee hersenmetastasen is de microchirurgische verwijdering van de tumor. Voor patiënten met metastasen in gevoelige hersengebieden, patiënten met multiple hersenmetastasen en patiënten met een verhoogd operatie- of narcoserisico komt een microchirurgische verwijdering van de tumor normaal gesproken niet in aanmerking. In die gevallen vormt de radiochirurgische behandeling vaak het enige effectieve alternatief voor behandeling. Talrijke wetenschappelijke onderzoeken bewijzen een vergelijkbare effectiviteit van de radiochirurgie en de open microchirurgische tumorverwijdering. Bij radiochirurgische behandeling wordt op korte termijn in 90% van de gevallen en op lange termijn in 80% van de gevallen verschrompeling van de tumor of een groeistilstand van de tumor bereikt. Dit effect treedt doorgaans pas na 4 tot weken op.
Bij ongeveer 10% van de patiënten kunnen 4-12 maanden na de behandeling bijwerkingen optreden. Het gaat in de meeste gevallen om een lokale zwelling in combinatie met een vergrote contrastmiddelopname bij het controle-MRI-onderzoek. Wanneer de zwelling klachten veroorzaakt (bij 5%) kan dit meestal met cortison worden verholpen. Wanneer er geen klachten zijn of wanneer de therapie met cortison goed aanslaat, wordt meestal afgewacht en worden er verdere controle-MRI-onderzoeken uitgevoerd. Bij bestralingsreacties zonder symptomen is geen specifieke therapie nodig. In ongeveer 1-3% van de gevallen ontstaat een niet beheersbare zwelling. Hierdoor kan blijvende neurologische uitval optreden. Een operatieve verwijdering van het bestraalde tumorweefsel kan dan noodzakelijk worden.
Beperkingen van de methode
Tumoren met een doorsnede groter dan 3 cm vormen een probleem door de ruimte-innemende werking van de tumor op het omliggende weefsel. Hier biedt alleen een operatie op korte termijn verlichting van de symptomen en schept de voorwaarde voor het terugdringen hiervan. Een radiochirurgische therapie is dan niet geïndiceerd. Omdat het optreden van bijwerkingen afhankelijk is van het totale bestralingsvolume, bestaat ook een beperking ten aanzien van het aantal te behandelen tumoren.
MetastasenGebFra2004.pdf (1 MB)
