Behandeling van acusticus neurinoom

Acusticus neurinoom

Acusticus neurinoom (AKN, vestibulair Schwannoom, brughoektumor) zijn goedaardige tumoren die van de 8e hersenzenuw uitgaan (nervus statoacusticus). De 8e hersenzenuw bestaat uit twee delen, het gehoororgaan en het evenwichtsorgaan die verbonden zijn met de hersenstam. De tumor groei op het evenwichtszenuw in het binnenste gehoorskanaal. Aangezien hier weinig plaats is, treden vanwege de nauwe anatomische relatie van de beide zenuwen vaak gelijktijdig klachten van het evenwichtsorgaan en het gehoororgaan op.

De eerste symptomen zijn duizeligheid, evenwichtsstoornissen, gehoorsvermindering of gehoorsstoornissen en tinnitus. In een later stadium treedt dan uitval van andere, zich in de nabijheid van de getroffen hersenzenuwen op. Hiertoe behoren gevoelsstoornissen in het gelaat en tong, aangezichtspijn (trigeminus) en aangezichtsverlammingen. Bij zeer grote tumoren kunnen ook slikstoornissen, dubbelzien en hersenstamsymptomen optreden. In zeldzame gevallen leidt de tumor tot hersenvochtstuwing waardoor zich een hydrocefalus (waterhoofd) ontwikkelt.

Bij patiënten met erfelijke ziekten als neurofibromatose (NF) manifesteren de tumoren zich vaak dubbelzijdig.

De meeste patiënten zoeken bij de eerste klachten al medische hulp, zodat de diagnose reeds in een vroeg stadium wordt gesteld. De tumor is dan nog klein.

Juist voor kleinere tumoren vormt de radiochirurgische behandeling met de Gamma Knife een effectieve en afdoende behandelingsalternatief.. Grote tumoren ( vanaf ong. 3 cm) die door lokale druk op de hersenstam problemen veroorzaken, moeten zoals altijd operatief worden behandeld. Slechts dan is een snelle ontlasting van de omliggende structuren mogelijk.

Anders als bij de operatieve tumorverwijdering is het doel van de radiochirurgische behandeling het stoppen van de groei. Dit doel wordt in meer dan 90% van de gevallen bereikt. Bij ongeveer 50% van de patiënten treedt na 2-3 jaar een schrompeling van het tumorweefsel op. De bijwerkingen zijn vergeleken met de operatieve ingreep extreem laag. Een actuele analyse van de data van Krefeld toont een bijwerkingenpercentage van onder de 2% voor de aangezichtszenuwen (N. facialis). Voor de gehoorszenuwen wordt bij slechts 20% van de patiënten een verdere verslechtering gezien. Bij operatieve verwijdering bestaat een risico van 70-100% op verdere vermindering van het gehoor. Ook onbehandeld verliest meer dan 95% van alle patiënten met acusticus neurinoom binnen 10 jaar na de diagnose het gehoor aan de getroffen kant.